Koude kas

Koude kas klaar voor alle seizoenen

De moestuin heeft nu ook een koude kas, natuurlijk helemaal zelf ontworpen en gemaakt van zoveel mogelijk gerecycled materiaal. Net als de compostbakken verderop op de moestuin, waar ons groenafval klaar wordt gemaakt voor hergebruik. De koude kas beschermt planten tegen ongedierte, regen, wind en de ergste kou. We kunnen de kas het hele jaar door gebruiken:

  • in de lente voor het afharden van jonge planten
  • in de zomer als mini-tuinkas
  • in de herfst en winter voor het kweken van bijvoorbeeld sla.
Campus Woudhuis

Laat je strikken!

Campus Woudhuis zoekt doorlopend mensen om samen mee te werken en te bouwen aan ons groene werk-leerbedrijf op het prachtige landgoed Woudhuizen. Van werken met onze mensen van de groenploeg in de moestuin, boomgaard of in het bos, het winter-klaarmaken van de boerderij, tot en met het opzetten van nieuwe bedrijvigheid en organiseren van evenementen voor op landgoed en alles wat er verder komt kijken om de mensen op de campus te laten groeien en bloeien.

Werklieden, studenten, pensionados, iedereen is van harte welkom als vrijwilliger mee te doen! Een dag(deel) in de week voor vast of meerdere dagen voor een paar weken of maanden? We bieden leuk werk, contact met geweldige mensen op een bijzondere plek. Onze vacatures vind je hier. Neem contact met ons op en laat je strikken. Samen maken we er wat moois van!

Pssst, er zit een slang in het bos!

Van een oplettende bezoeker kregen we het bericht dat er een slang is gezien in het bos op landgoed Woudhuizen. Dikke kans dat het een ringslang was en een flinke ook van bijna 2 meter lang en een diameter van zo’n 4 of 5 centimeter, die snel over de weg heen schoot. Vandaar de bewogen foto, in alle haast gemaakt. Helaas kroop de slang voorbij allerlei kindermeubels die in het bos gedumpt waren.

Heb je ook mooie of bijzondere plaatjes van de Woudhuizen? Stuur je foto of filmpje naar ons e-mailadres en wie weet plaatsen we hun op onze website.

Zonnig afscheidsfeestje van Willem Fultinga

Willem Fultinga, tot voor kort begeleider van onze medewerkers van de groenploeg, is nu met pensioen. Daarom hebben we hem op 15 juli in het zonnetje gezet. Familie, collega’s, oud-collega’s, mensen van de campus, bijna iedereen was er om Willem persoonlijk het beste te wensen met zijn nieuwe vrije dagbesteding, en hem te overladen met cadeau’s.

Willem heeft de afgelopen 25 jaar bij ‘s Heeren Loo gewerkt. Van daaruit heeft hij als laatste klus in zijn werkzame leven de campus mee op poten gezet, met hart en ziel, met grijs haar en groene vingers.

Evelien Verboom van ‘s Heeren Loo, zijn dochters Lotte en Yori, en ook Jaap, Gert en Ruby van de campus spraken Willem vol lof toe. Als dank voor al zijn goede werk heeft hij van ‘zijn mannen’ een zelfgemaakt insectenhotel gekregen. Ook mocht hij de eerste aardappeloogst uit de moestuin in ontvangst nemen. Willem bedankte in het bijzonder de medewerkers van de campus die zoveel voor elkaar hebben gekregen sinds zij op de campus werken.

Nu gaat Willem zich, zoals hij zelf zegt, eerst ‘helemaal te pletter vervelen’. Wedden dat hij zich daarna snel weer laat zien op de campus? We hopen het van harte!

Eerste emmertje aardappels

Vandaag hebben de mannen van de moestuin de eerste aardappels gerooid, onder toeziend oog van Jaap en onze gasten op de campus.

Waarom staan er dit jaar zoveel aardappels in de moestuin? Door de corona-maatregelen sloot plotseling de campus en hadden we ineens heel veel minder mensen om de enorme moestuin te onderhouden. Thijs en Gert bedachten toen het plan om aardappels te poten. Dat is even flink aanpoten, maar daarna goed te behappen met weinig mensen.

Aan kersverse pensionado Willem Fultinga de eer om het eerste emmertje aardappels in ontvangst te nemen op zijn afscheidsfeestje. Langzaam aan komen de medewerkers weer terug op de campus en kunnen we samen met elkaar genieten van de rest van de rijke oogst.

Terug in de tijd van Landgoed Woudhuizen

Woudhuizen, Woldhuis, Woudhuis… Wil je weten waar die namen vandaan komen? Gert Reijnen, vrijwilliger van de campus en van IVN, is de geschiedenis van het landgoed ingedoken en vertelt er graag over.

Recente geschiedenis Thuisbasis van Campus Woudhuis is een voormalige boerderij uit 1865, inmiddels een gemeentelijk monument. Het witgeverfde landhuis met kleurige luiken voor de ramen naast de boerderij heet Het Woldhuis. Net als de boerderij is ook dat huis in 1865 gebouwd voor de familie Tutein Nolthenius op hun in 1860 gekochte landgoed. In 1975 verkochten de laatste bewoners van deze familie het landgoed aan Gemeente Apeldoorn. Het landhuis werd in 1978 aangepast voor natuureducatie door de voorgangers van IVN voor natuureducatie aan scholen uit het hele land. Het landhuis, dat door de bewoners in de buurt “het schooltje” wordt genoemd, heeft in 2019 een flinke opknapbeurt gehad. IVN blijft het huis gebruiken voor educatie over natuur en nu ook duurzaamheid. De boerderij wordt naar verwachting in 2021 gerestaureerd.

Foto: Thijs van Gennip

De familie Tutein Nolthenius kocht in 1860 het zuidwestelijke deel van een bestaand landgoed, dat ligt in de IJssevallei tussen Apeldoorn en de IJssel. Een groot deel van het landgoed bestond uit natte heidegrond, doorsneden door de Zutphense straat. Omdat begrazing met schapen van de heide in die tijd niet veel geld meer opbracht en meer te verdienen viel met de verkoop van hout, werd het gebied ontgonnen en beplant met bomen. Dat gebeurde met percelen waarop één boomsoort werd geplant. Als de bomen kaprijp waren, werd het gehele perceel geoogst. Om het landhuis status en een mooi aanzien te geven, werd een vijver gegraven. Voor het landhuis werd een grote weide aangelegd voor een mooi aanzien vanaf de Zutphense straat. Bij het landhuis werden ter verfraaiing verschillende soorten bomen geplant en bloembedden aangelegd en voor eigen gebruik een tuin voor groenten en fruit.

Om het gebied droger te maken werden afvoersloten gegraven naar de Grift, een eeuwengeleden gegraven waterafvoerkanaal ten oosten van het landgoed. Ook werden er op natte stukken grond naast elkaar greppels gegraven. Het zand uit de greppels werd er tussen opgeworpen. Op de zo ontstane hogere en dus drogere stukken werden bomen geplant. Dat worden rabatten genoemd. Op veel plekken zie je die nog. Er werden veel naaldbomen geplant, omdat die er goed groeiden.

Momenteel zie je niet meer zoveel van de productiekavels met één boomsoort en geplant in hetzelfde jaar. Vele jaren al zorgt Gemeente Apeldoorn voor het ontstaan van een bos met meer variatie, door het kappen van een deel van de bomen. Vooral naaldbomen worden gekapt. Daardoor komen ruimte en licht beschikbaar voor de groei van verschillende soorten loofbomen en struiken, die het goed doen op de leemhoudende zandgrond. Natuurmonumenten heeft in april 2020 het beheer van het landgoed overgenomen van de gemeente. Als je wilt weten wat er in het gebied gebeurde voor de familie Tutein Nolthenius het kocht, lees dan de geschiedenis die hierna kort is weergegeven.

Verder terug in de tijd Lang geleden was het gebied tussen Apeldoorn en de IJssel een nat gebied tussen de stuwwal en de IJssel. Het laaggelegen gebied was licht golvend. Door de vele waterloopjes en meertjes was het slecht toegankelijk. Er lagen uitgestrekte moerasbossen. Zo’n 700 jaar geleden bewerkten boeren al stukjes geschikte grond voor de productie van granen, melk, boter, kaas, eieren en vlees voor eigen gebruik en voor de verkoop in Deventer. Dat was toen een belangrijke handelsstad. Het bemesten van de akkers, die we enken zijn gaan noemen, gebeurde met een mengsel van gemaaide heide, strooisel uit het bos en mest van de dieren van de boerderij.

In de veertiende eeuw was er dringend behoefte aan meer grond voor akkerbouw en veeteelt wegens een flinke groei van de bevolking. Vanaf 1335 werd daarom begonnen met het droger maken van de IJsselvallei. De IJssel kreeg een dijk om het rivierwater te weren en de waterafvoer werd verbeterd door het graven van weteringen. Dat waren grotere afvoerkanalen, waarop sloten hun water konden lozen. Ook de grote wetering, die ten oosten van Woudhuizen ligt, werd toen gegraven. Door deze maatregelen werd het mogelijk het waterpeil te verlagen en de grond geschikt te maken voor akkerbouw, veeteelt en houtproductie. Het ontginnen door het verwijderen van bos gebeurde geleidelijk en is eeuwen doorgegaan.

De boerenbedrijven werden langzaam groter en er kwamen er meer. Ze werden goederen genoemd en waren aanvankelijk eigendom van herenboeren en religieuze instellingen, zoals gasthuizen in Arnhem en Deventer. Dat deze goederen tussen bossen lagen blijkt wel uit namen zoals Wolthuys en Woolthuys. Het gebied wordt daarom in de geschiedschrijving “Het land van De Woudhuizen” genoemd. De goederen hadden een oppervlak van 30 tot 68 hectare. Het moeten grote bedrijven zijn geweest met veel personeel. Rond de akkers stonden houtwallen met doornstruiken om vee en wild buiten te houden.

Uit een veetelling in 1526 voor de heffing van belasting door de Hertog van Gelre is bekend dat er in De Woudhuizen twaalf welvarende boeren woonden, met meerdere ossen en paarden als trekdieren. Voor het bemesten van de akkers of enken werd mest gebruikt uit de potstal, waarin heideplaggen werden gemengd met mest van schapen en koeien. In een latere periode werden de goederen eigendom van rijke mensen, die zij als investering gebruikten. Zij verpachtten de bedrijven aan boeren. Op enkele grote boerderijen hadden de eigenaren een herenkamer waar ze konden logeren voor het innen van de pacht en het jagen. In de periode tussen 1650 en 1750 waren de goederen vooral bezit van de adel, die toen de bestuurslaag van de samenleving vormde.

Van 1750 tot 1850 was de adel niet meer zo belangrijk en waren ook rijke kooplieden in het bezit van goederen in het land van De Woudhuizen. Niet alleen financieel rendement was belangrijk maar ook status. Het gebied veranderde door de aanleg van brede lanen met rijen bomen erlangs. De jacht was een populaire aanleiding voor het uitnodigen van gasten en het organiseren van feesten. Dames konden vanuit koetsjes meekijken hoe de heren te paard herten achtervolgden of zelf op vinkenjacht gaan. Het lanenpatroon uit die periode is bewaard gebleven. Ook de productie van elzenhakhout, als brandstof voor de koperwatermolens in Wenum-Wiesel was een goede bron van inkomsten.

Na 1850 werden steeds meer stoommachines ingezet. Zij werden ook gebruikt voor het droogpompen van kolenmijnen in de diepere koollagen. Brandhout werd daardoor minder belangrijk. Door buitenlandse concurrentie was Nederlands schapenvlees niet meer te verkopen en was de waarde van heidevelden gedaald. Nog een oorzaak was het toepassen van kunstmest, waardoor heideplaggen niet meer nodig waren voor de potstal. Op steeds grotere schaal werd heide ontgonnen en beplant. Vooral naaldhout was waardevol als stuthout in de mijngangen. En toen kocht Peter Marius Tutein Nolthenius in 1860 zijn ontginningslandgoed om in het gebied resterende heidevelden om te zetten in bos en er een landhuis en boerderij te bouwen. Een mooie plek inmiddels voor een stadslandgoed voor de bewoners van Apeldoorn en voor Campus Woudhuis.

Handen weer flink uit de mouwen

Wat is het heerlijk om weer aan het werk te zijn op de campus. Hoe onze werkdag er vandaag uitzag? Heel divers!

Onze buren van IVN hebben we een handje geholpen bij het opzetten van twee grote tarptenten rondom het Woldhuis. Deze tenten bieden als buitenlokaal samen met het Woldhuis prima plek om coronaproof samen te komen.

Verspreid over het landgoed hebben we 25 nieuwe entreebordjes van Natuurmonumenten met paal en al geplaatst. Die palen zijn lang en loodzwaar. Een beste klus.

Ook hebben we 3 kuub houtsnippers onder de heg rondom de moestuin gelegd, om onkruid beter de baas te blijven. Daarmee zijn we nu op de helft. Dus nog eens 3 kuub en heel wat meters te gaan. Ondertussen zorgen we ervoor dat alles wat groeit en bloeit in de moestuin binnen de perken blijft. Dat is meer dan een dagtaak nu dat zon en regen elkaar afwisselen. De artisjokken zijn de grond ingegaan. De eerste aardbeien zijn geoogst en smakelijk opgegeten.

Morgen is er weer een werkdag!

Welkom op Landgoed Woudhuizen

Met Natuurmonumenten als beheerder van Landgoed Woudhuizen komen ook nieuwe entreeborden. Een prachtige klus voor onze groenploeg om alle 25 stuks te plaatsen.

Campus Woudhuis start langzaam weer op met coronahuisregels

Vanaf deze week gaat het werk-leerbedrijf van de campus langzaam aan van start! Na een plotselinge stop van drie lange maanden is dat natuurlijk geweldig nieuws. De eerste medewerkers zijn dan ook enthousiast aan het werk gegaan. We beginnen met twee dagen in de week: dinsdag en woensdag. In de loop de van tijd breiden we uit met meer mensen en meer dagen. 

Helaas zijn nog niet al onze medewerkers weer aan de slag. Voor sommigen geldt dat de regels van de groepswoning het hen nu niet toestaan naar hun werk (dagbesteding) te gaan. Bijvoorbeeld omdat medebewoners extra risico lopen bij corona of omdat voor de bewoners thuisquarantaine geldt. Voor anderen komt het nieuws dat we weer open gaan iets te plotseling. Dat kan natuurlijk ook. Het zal daarom nog wel even duren voordat de groenploeg weer op volle sterkte is.

Huisregels Binnen en buiten, tijdens het werk en in de pauzes, houden we ons aan de coronamaatregelen. Op de campus gelden nu extra huisregels:

  • We hebben twee vaste looproutes, duidelijk gemarkeerd met pijlen, in de boerderij met elk een aparte in- en uitgang.
  • Elke dag is één medewerker verantwoordelijk voor de koffie en thee en de keuken. Voor anderen is de keuken verboden terrein.
  • We hebben in de boerderij een tweede kantine ingericht en op de deur van beide kantines aangegeven voor hoeveel mensen er maximaal plek is. Zo kunnen we in twee groepen pauzeren op 1,5 meter afstand van elkaar. Zo doen we dat ook buiten.
  • We houden ons extra goed aan de pauzetijden, om drukte in en om de boerderij te voorkomen.
  • Gereedschap maken we schoon aan het einde van de werkdag.
  • Bezoek op de campus is welkom op afspraak.
  • Bij aankomst en vertrek wast iedereen goed de handen.
  • Bij coronaklachten blijft iemand thuis.

Deze huisregels hangen zichtbaar op verschillende plekken op de campus. Samen zorgen we ervoor dat de regels goed worden nageleefd: door zelf het goede voorbeeld te geven en door elkaar erop aan te spreken.

Sinusbeheer voor insecten

Sinds kort maaien we het groen rondom de boerderij volgens het principe van sinusbeheer. Thijs van Gennip, medewerker van de campus, legt uit wat dat is en waarvoor dat goed is.

Sinusbeheer is een manier van maaien waarbij we rekening houden met vlinders, bijen, hommels en andere insecten. Door het jaar heen maaien we sommige delen van de vegetatie en laten we andere delen staan. Dat doen we om bijvoorbeeld vlinders en bijen hun levenscyclus te laten voltooien.

We maaien met een golvende lijn maximaal 60% van de vegetatie voor:
1. een continu aanbod van nectar, ook na het maaien.
2. een opvangzone rondom het perceel tijdens de  maaibeurt.
3. opwarmings-  en ei-afzetzones het hele seizoen door.
4. overwinteringsmogelijkheden.

Het gefaseerd maaien, het sinusbeheer, van percelen en slootkanten heeft positieve effecten op onder meer vlinders. Op de overstaande delen met vegetatie kunnen vlinders hun levenscyclus voltooien. Deze cyclus kan tot wel 11 maanden duren. Ook kan deze manier van maaien de kruidenrijkdom in de slootkant verbeteren.

Waarom doen we dit  op Campus Woudhuis? De populatie van vlinders en insecten neemt in aantal af. Het sinusbeheer doen we om deze afname te remmen en als het kan te stabiliseren. Vlinders, bijen, hommels en andere insecten zijn namelijk nuttig voor de landbouw en bovendien waardevol voor de natuur en het recreatieve landschap.

Campus Woudhuis
Het Woldhuis 13
7325 WN Apeldoorn
06 51 36 29 52
info@campuswoudhuis.nl



Campus Woudhuis
Het Woldhuis 13
7325 WN Apeldoorn
06 51 36 29 52
info@campuswoudhuis.nl